Lennaert Nijgh 1945 - 2002

Liedjes die nog wachten

Teksten geschreven door Lennaert Nijgh maar (nog) niet door Boudewijn of anderen op de plaat gezet.
Of we hebben nog niet ontdekt wie ze vertolkt heeft.

Een aantal van de onderstaande teksten zijn gepubliceerd in de bundel Tekst en Uitleg, uitgeverij Conserve.
Andere komen uit het boek "Ik ben ik" van uitgeverij Nijgh en Van Ditmar.
Teksten op Internet gezet met toestemming van Lennaert Nijgh.



Anima

bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
Je bent je van jezelf
maar voor een heel klein deel bewust,
alsof je bij een kampvuur zit
in een heel groot donker bos.
Laat alles wat daar fluistert in het duister
maar met rust,
daarbuiten is de wildernis,
daar zijn de beesten los.

Ben jij daarom zo lief ineens,
zoek jij beschutting hier,
je hebt niet eens een lichaam,
je bent een deel van mij,
je bent een vrouw maar ook
gedeeltelijk een dier,
ik hoor je bijna spinnen tegen mij.

Soms denk ik dat ik even
iemand zie die op jou lijkt,
je mond, je lach, je stem misschien.
Natuurlijk is dat onzin,
wanneer ik beter kijk,
ik kan dat toch niet weten,
ik heb jou nog nooit gezien.

Soms ben je bijna tastbaar,
hang je dagen om me heen,
zolang ik bezig ben,
mijn aandacht nodig heb voor iets,
maar zodra ik aan je denk en
naar je kijk, ben je meteen
als een schichtig dier verdwenen in het niets.

En als ik na wil denken
kwek je wazig door me heen,
want logica dat is voor jou niets waard,
jij denkt maar aan één ding,
je wilt het doen met iedereen,
want jij bent immoreel -
waarschijnlijk heb je zelfs een staart!

Soms heb ik het gevoel
dat ik jou echt zou kunnen zien,
maar jij verwisselt zo vaak je gezicht,
ik kan jou hoogstens even
een moment weerspiegeld zien
in de vrouw die in mijn armen ligt.


Omhoog

Ballade of klacht van een dertigjarige idealist

bron: Tachtig Teksten, 1975, Strengholt
De discotheken lokken met gekleurde namen
en brullen decibellen tophits in de nacht,
de hippe modespin weeft webben van reclame
en lokt de jeugd met al haar dure pracht,
terwijl de eigenaar bij 't geldgerinkel lacht.
De jonge mensen van vijftien, zestien jaar,
ze hangen vetgemest van welvaart aan elkaar,
is dit de toekomst waaraan wij vroeger dachten?
All you need is love - vergeet het maar,
een nieuwe lichting klootjesvolk staat ons te wachten.

Wij waren dan misschien te snel met knokken,
als vetkuif van weleer had je geweld
als enig middel om verandering uit te lokken,
de zinloosheid waardoor je werd gekweld,
verkocht aan 't kapitaal voor weinig geld.
We werden ouder en we leerden inderdaad:
alleen ideologie geeft resultaat,
de revolutie bundelt alle jonge krachten!
Maar kijk, die namaakhippies daar op straat:
een nieuwe lichting klootjesvolk staat ons te wachten.

Heb ik soms voor Jan Lul een maand gezeten,
ben ik voor noppes afgetuigd door Oom Agent?
Is iedereen die wilde tijd alweer vergeten?
En provo, was dat soms een modetrend?
En 't vormen van een actiecommitee,
was dat soms "in", liep ik alleen maar mee?
En kijk, het kapitaal, dat wij verachtten,
het past zich aalglad aan bij ons idee:
een nieuwe lichting klootjesvolk staat ons te wachten.

Prins Marx, ook wij hebben gefaald,
wij die naief genoeg aan jeugd en toekomst dachten.
De hippe hoeren worden grif betaald,
een nieuwe lichting klootjesvolk staat ons te wachten.


Omhoog

Ballad of One Eyed Dick

bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
This is the story of One Eyed Dick,
he was the man with the Dolby prick.
He searched the world
in a fruitless hunt
to find the girl
with the Dolby cunt.
And when he found her,
they couldn't have sex,
because this girl had DBX.


Omhoog

Het derde been

bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
Hoeveel verbazingwekkends om mij heen
mocht ik aanschouwen in mijn kinderjaren,
toen wonderen nog in de wereld waren
bijvoorbeeld Oma Jansen en die had een derde been.

Ik zie haar gaan in mijn herinnering,
maar wat ik toen al niet begreep was echter
dat derde been, tussen haar linker en haar rechter,
waardoor haar lopen ietwat in syncopen ging.

Maar blijkbaar was dat toen nog heel normaal,
als Oma langs kwam en haar wandelstok hanteerde
was het net of de Vierdaagse langs marcheerde,
dat getrappel van die voeten allemaal.

Het spreekt vanzelf, zij was met lopen watervlug
en telkens stond zij klaar ons de ballen te ontstelen,
die wij haar tuin inschoten bij het voetbal spelen
en die ze hield, want nimmer gaf ze er een terug.

Wij zagen in gedachten Oma Jansen als een gek
met al haar benen bezig binnenshuis te ballen,
en 't leder liet zij in de serre knallen
en joelend scholen wij bijeen voor 't hek.

En natuurlijk wilden ouders van de vraag
hoe dat nou zat met Oma Jansen, weer niks weten
en moest je plotseling je bord leeg eten
en niet zeuren kind en zeker niet vandaag.

Doch daar was Hein en die was niet goed snik!
Die liep de hele dag maar met z'n ding te spelen
en placht de dames uitermate te vervelen
door ineens z'n klokkenspel
te laten kijken voor de schrik.

Het was een tegenvaller voor de rare Hein
dat Oma Jansen niet veel zag en ernstig brilde
zodat zij niet terstond geschrokken gilde,
maar in haar tas ging spitten
waar haar bril moest zijn.

Dat was een list! Zij haalde
met een zwaai het derde been
naar achteren en schoot -
en dat deed haar geen mens na,
hij zat! Gelijk een schot van Abe Lenstra
en in de stille avond was gejuich en ook geween.

Degene die het zag, was naar het scheen
de ouwe Willem, de rug gekromd van 't piepers poten.
'Temet d'r héwwe zulle scholvers oare kloote!'
sprak hij en ging, weemoedig fluitend, heen.


Omhoog

Des dichters ontwaken

bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
De ochtend, o de ochtendstond!
De godvers vliegen in het rond
en boven hun bezorgde brommen
gonst zwaar de Grote Godverdomme.


Omhoog

De eerste trein

muziek: Tony Roos, 1968
Ik wachtte op de eerste trein,
vol van mezelf en van de nacht
die ik alleen had doorgebracht,
ik hield zelfs van mijn eigen pijn.
Toen zat hij naast me op de bank,
hij had kort haar als een soldaat.
We hebben moeizaam wat gepraat,
ik over jou, hij over drank,
die eerste uren van de dag
dat dronken zijn nog even mag,
er zijn geen mensen die het zien.

Hij vroeg me om een sigaret.
Ik vroeg hem: waar kom jij vandaan?
Hij zei: gaat jou geen donder aan,
maar ik had zelfs alleen geen bed.
Hij zei: begrijp me niet verkeerd,
'k had het je liever niet verteld,
want ach, ik speel niet graag voor held,
daarom ben ik gedeserteerd.
Ik wil niet meedoen elke dag
aan wat gebeurt, maar wat niet mag.
Zijn er geen mensen die dat zien?

De trein kwam aan en ik kwam thuis,
ik had mijn krant en mijn ontbijt.
Ik ging weer naar mijn werk op tijd,
ik had mijn ouders en mijn huis.
Ze vroegen mij hoe 't was geweest,
ik zei dat ik het niet meer wist.
En toen dat ik me had vergist,
o ja, het was een heel leuk feest.
Dat zijn de uren van de dag
dat je wilt huilen, maar niet mag
want er zijn mensen die het zien.

Deze tekst kregen we ge-e-mailed van Tony Roos.
Hij en Lennaert waren bevriend in de dagen dat Tony barkeeper was in De Waagtaveerne van Cobi Schreijer.
Tony Roos werd in 1964 een heel klein beetje wereldberoemd met het op het MMP-label uitgebrachte liedje 'Tranen helpen niet'.
Later is de tekst ook gepubliceerd in Ik doe wat ik doe.


Omhoog

Herodes

bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
Een nieuwe ster is opgegaan,
de nacht is lichter dan de dagen,
de koning is verstoord en moe;
hij kan het licht niet meer verdragen.

(Er waren mensen aan de achterdeur,
allerlei schorem, goochelaars uit het oosten
en zelfs een neger
met verhalen over een nieuwe tijd
en vragen over het verleden
die niemand ooit zou mogen stellen,
waar blijft het leger?)

Voor hem is de lol er af.
Niets amuseert hem meer:
auto's, vrienden,
de roes van drank of hennep,
feesten zwelgend in wellust
onder het mom van verveling
en een tweede huis kopen
en 's winters naar Ibiza,
overal zit de klad in.
Zelfs de borsten van de vrouwen
hangen hem enorm de keel uit.

Er waren mensen aan de achterdeur
zeurend over honger en armoede en rijkdom,
ze vroegen een reden.
Is dan alles voorgoed voorbij,
zal deze droom geen dag meer duren?
Komt er in plaats van welvaart
rechtvaardigheid
en eindelijk vrede?

Een nieuwe ster is opgegaan
de nacht is lichter dan de dagen.
De koning is verstoord en moe;
hij kan het licht niet meer verdragen.

Geschreven in opdracht van het weekblad Panorama.


Omhoog

Het huis met de beelden

bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
Aan mijn vaders hand
zag ik het witte stenen huis
met de eeuwig starende beelden.
Zo lang geleden, maar de schrik
van 't kind van toen
slaat nu nog door me heen
uit de ogen van de dode stenen beelden.

Pompeji Herculaneum,
het doodgetrapte leven
dat hier voorgoed blijft kleven
als een vlieg tegen de muur,
Pompeji Herculaneum.

Onder de grijze hemel
ziet zelfs het onkruid grauw van angst,
en zelfs de zachte zuidenwinden
kunnen de laatste adem niet
verdrijven die hier hangt op deze plaats,
in de ogen van de witte stenen beelden.

Misschien dat eens de tijd
zijn eigen kringspiraal doorkruist
en ik ben zo bang
dat het weer zal gebeuren,
ik ben zo bang
dat het kind in mij
vergeefs zal tasten
naar zijn vaders hand
voor de ogen
van de eeuwig starende beelden.

Pompeji Herculancum,
het doodgeslagen leven
dat hier voorgoed blijft kleven
als een vlieg tegen de muur,
Pompeji Herculaneum.


Omhoog

Ik doe wat ik doe

bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve en Tachtig Teksten, 1975, Strengholt
Afwijkend van single Astrid Nijgh
Nou doe je jas uit en warm maar eerst je handen,
want kouwe jatten aan me lijf, daar ril ik van,
het lijkt wel winter, 'k heb de kachel laten branden,
die regen hè, daar vind ik ook niks an.
Zeg wees 's lief, wil je niet effe langer blijven?
Dan leg je d'r gewoon een meier bij.
Wees maar gerust, ik ben niet als die wijven
die veel beloven en niks doen, da's niks voor mij.

Ik doe wat ik doe
en vraag me niet waarom,
ik doe wat ik doe
en misschien is dat dom.
Maar ik vraag toch ook niet aanjou,
waarom jij 't hier doet
en niet bij je vrouw...
Kom nou, we doen wat we doen.

Nee, 't is niet druk, je bent vandaag de tweede,
ja, 't einde van de maand hè, altijd stil.
Nou ja, ik ben vandaag alweer tevreden,
vooral wanneer je nog wat extra's wil.
Weet je, het komt vast van die sexboetieken,
ze geven d'r geld uit aan die smerigheid,
ze zijn de hele rotzooi aan 't verzieken
en wat heb je nou aan zo'n papieren meid?

Ik heb m'n moeder laatst een reis cadeau gegeven,
anders had ze d'r eigen zuster nooit gezien,
die tien jaar terug naar Canada ging voor 't leven,
ik mag die ziel nou eeninaal graag gelukkig zien.
En met me zussie ben ik kleren wezen kopen,
je had d'r moeten zien, die kleine meid!
Ik hoop niet dat zij net zo als ik er in zal lopen,
want kerels, da's niks als rottigheid.

Me vader? Die heeft zich nooit wat angetrokken,
die weet geloof ik niet dat ie een dochter heb,
die is altijd aangeweest achter de meiderokken
en dat vader zijn is geloof ik ook maar nep.
Laatst kwam zo'n juffrouw met sociale kreten,
want ons gezin is een probleem, zoals dat heet.
Nou die hebben we twee trappen afgesmeten,
ik laat me ouders niet beledigen door zo'n stuk sekreet!
Nee, ik wil echt niet op de centen kijken,
maar wees 's tof, we leven maar één keer!
Wat wil je? Op z'n Frans of plaatjes kijken?
Toe kom maar hier en geniet maar 's een keer.
Nee, buitenlanders zou ik nooit binnenlaten,
voor je het weet haal je je narigheden an.
Ik heb niks tegen ze, maar je ken er niet mee praten,
dat heb je met zo'n tiep, d'r komt gelazer van.

Dan moet ik weer denken aan dat meisje, 't was zo'n blonde,
die stond altijd bij 't Museum tegen 't hek,
die hebben ze op d'r kamertje gevonden,
hardstikke dood, met d'r eigen kousen om d'r nek.
Ik heb nog steeds van die akelige dromen,
ik ben die narigheden ergens nog niet kwijt.
Moet je al gaan? Je moet beslist weer 's komen,
bij mij vind je, niet duur, gezelligheid.

Ik doe wat ik doe...


Omhoog

Janneke Honing

geschreven in 1969
bron: Ik doe wat ik doe, Nijgh en Van Ditmar, 2000
Janneke rijdt naar het strand in haar Eendje,
haar dak heeft ze open, de zon in haar hals.
De radio zingt: Oh my darling I love you,
en zelf zingt ze ook, maar een klein beetje vals.

Janneke Honing,
Janneke Honing,
als je wilt dan kom ik bij je.
Als ik met je mee mag rijen,
kunnen we vandaag misschien
gaan zwemmen in de zee.

Janneke ligt op haar rug in haar eentje,
voor de stoelenman strekt ze zich uit in het zand.
Hij ziet dat haar oude bikini te klein is
en verbergt zijn bewondering achter een krant.

Janneke Honing,
Janneke Honing,
o ik zag je groter groeien,
in een jaar tijd open bloeien.
Kunnen we vandaag misschien
gaan zwemmen in de zee?

Een meneer met een snor uit de vijftiger jaren
neemt haar mee in zijn auto, aan 't eind van de dag.
de stoelenman past op het eenzame Eendje
en strijkt in de schemer zijn Chocomelvlag.

Janneke Honing,
Janneke Honing,
als ik rijk ben kom ik bij je,
samen in ons Eendje rijen.
Wie weet zullen wij misschien
wel heel gelukkig zijn.


Omhoog

Kleine onzin voor de uitgever

bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
Jacob van Lennep
die rookte geen hennep,
zijn vloei dat was op
en zijn pijp was poreus,
hij haalde een voirschot
bij G.A. van Oirschot
en stopte dat achter elkaar in zijn neus.


Omhoog

Macht komt uit de loop van een geweer

muziek: Astrid Nijgh, 1969
bron: Ik doe wat ik doe, Nijgh en Van Ditmar, 2000
Maandag is helder en lauw,
de jongens fluiten op de bouw
Veronica na en het ruikt er naar teer
en beton en de timmerman heeft weer
gezegd dat alles waardeloos is,
de vakbond die bar en de wereld die boos is
en Ajax heeft verloren van de week.

De bakker heeft bij de buren gebeld
en rinkelt tevreden met wisselgeld
en de tijd staat stil en gaat door -
ga door,
tijd sta stil en ga door.

Maandag ontwaakt met de geur
van verse koffie, aan de deur
de bakker die geld telt en zeer beleefd groet
en de flat in de steigers lijkt ontroerend goed.
Hoog boven hoor je zachtjes zingen
en vloeken en kloppen op ijzeren dingen.

De krant zegt dat het ergens oorlog is,
maar hier in huis wordt er koffie gezet
en hoog daarboven bouwen jongens hun flat.
En de tijd staat stil en gaat door -
ga door,
tijd sta stil en ga door.

De metselaar takelt een ton
en strekt zijn hand uit tegen de zon,
ziet de bakker beneden, hoort rinkelend geld
en de timmerman die zich de tering scheldt.
Wanneer hij misstapt, zal hij vallen,
de tijd dat hij valt, zal dan stilstaan voor allen.

Als hij valt, komt hij beneden in de krant,
waar de dood van een man in een maandagse straat
heel klein naast die oorlog van heel ver weg staat.
En de tijd staat stil en gaat door -
ga door,
tijd, sta stil en ga door.


Omhoog

Macht komt uit de loop van een geweer

bron: niet bekend
Het Brits imperium, al bijna overleden
stuiptrekt het laatst in het noord-Ierse land,
waar ouderwets en christelijk wordt gestreden,
al gaat die wilde haat ons boven het verstand.
Maar dacht je soms dat ingezonden stukken,
vergaderingen, actiecommitees,
de harde houten koppen deden bukken
van militante Ierse dominees?
Kabouters om de zaken recht te toveren,
daarin geloven zelfs de Ieren al niet meer.
Met hippe lieverds kun je 't Vondelpark veroveren,
maar macht komt uit de loop van een geweer.

Is Israël soms een vrije staat gebleven
door 't sussend praten van meneer Oe Thant?
En is Amerika soms uit Vietnam verdreven
door 't hoofdartikel in Vrij Nederland?
Zijn al die doden daar in Pakistan gevallen
omdat men ze flink toegesproken had?
We kunnen veel en heftig praten met z'n allen,
maar praatjes vullen nooit een kogelgat.
En waar is Gandhi, waar is Luther King gebleven?
De geest van onze tijd is niet geweldloos meer,
een schot maakte een einde aan hun leven,
want macht komt uit de loop van een geweer.

Ga liedjes zingen, ga uit demonstreren,
ga staken, trap een rel, bezet een pand.
Laat kamerleden heftig protesteren,
drop out, of steek jezelf in brand
en spuit en rook en roep dat het je recht is.
Beschilder alle muren, schrijf een boek,
maar weet wel dat geen oorlog ooit beslecht is
door schreeuwers in grijs pak of spijkerbroek.
En geen tiran, die op de loop gaat voor pamfletten,
geen dure woorden slaan een opstand neer,
geen stadsmuur die nog omvalt door trompetten,
want macht komt uit de loop van een geweer.

Voorzitter Mao, nu uw land erkend is,
verschrikt u niemand met uw harde leer
in dit gezelschap dat al eeuwenlang gewend is:
macht komt uit de loop van een geweer.


Omhoog

Music to jerk off by

bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
De droomflat van de gastheer
is ingericht door weetjewel,
nou ja een soort Cees Dam,
Er hangen echte etsen aan de muur
van de schilders die hij kent,
in dank aanvaard voor drank.

Heel langzaam achterover glijen,
handen op je buik in een stoel
en dan komt weer dat gevoel:
alles is voor niets geweest,
niemand die ik kende op dit feest,
het leek zo mooi en interessant
er zou ook iemand komen van de krant.

Want hij heeft het gemaakt,
hij heeft het gemaakt,
heeft het gemaakt.

De ochtend na het feest komt
met overgeven, zweven en staren uit het raam.
De stad daarbuiten wordt door God
waanzinnig uitgelicht:
een mastershot.

Want hij heeft het gemaakt,
hij heeft het gemaakt,
heeft het gemaakt.

Als ik hier nou eens niet alleen
met die koppijn was,
maar in de armen van een lange en donkere godin
die het midden op dit dikke kleed
voor het open raam langdurig met me deed.

Ja dan had ik het gemaakt,
had ik het gemaakt,
dan had ik het gemaakt.


Omhoog

Nachtlied

Oorspronkelijke versie van De Nacht, Astrid Nijgh, 1973
bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
De oude kathedraal,
beroofd van al z'n beelden,
staat hoog boven de weelde
van het leven in de stad,
boven alle tijden,
boven alle dingen,
eenzaam als een wachter in de nacht.

Beneden in de straten gaan de lichten aan
en even later gaan de mensen uit,
snel ergens naar toe, snel ergens vandaan,
't geluk ligt altijd ergens voor ze uit.
Vergeefs een uitvlucht zoeken en niet weten waar,
even iets gaan drinken op de hoek.
Vergeefs een beetje lachen,
zitten voelen aan elkaar,
als blinden naar een soortgenoot op zoek.
Jezelf beloven niet weer met dat meisje mee te gaan,
- ze zegt dat ze van Mozart houdt -
en 's morgens weer een smoes verzinnen
om vroeg op te staan,
je hoopt dat ze haar mond maar houdt.

's Avonds laat de stad in met een bloedend hart
en weten dat je daar ook niets mee wint,
behalve dan per ongeluk een spelletje biljart
en doen alsof de avond pas begint.

Vergeefs een tijdje prutsen aan een flipperautomaat,
meer geld kwijtraken dan je wilt,
je probeert de bal te volgen,
maar je bent altijd te laat
en even later sta je zelf op tilt.
De laatste deur gaat bijna dicht,
het is alweer half vier,
nog even en de nacht is weer voorbij,
vergeefs proberen bij te komen na zoveel plezier
en kauwen op een melig broodje ei.

Kijken hoe de hemel blauw wordt en de dag begint,
de stad is groot en grijs, zonder verkeer
en door de straten waait de
eerste koele ochtendwind.
Nu is het stil, er zijn geen mensen meer.
Vergeefs en toch nog koppig
sta je buiten, moet naar bed,
je kijkt naar boven op het plein.
De toren vangt het eerste licht, je laatste sigaret
en morgen zal het beter zijn.

De oude kathedraal,
beroofd van al z'n beelden
staat hoog boven de weelde
van het leven in de stad,
boven alle tijden,
boven alle dingen
de wachter tussen dag en nacht.


Omhoog

Oudezijds

Vroege versie van De Nachtwacht, Boudewijn de Groot, 1969
bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
De stad spoelt in het donker dicht,
de Oude Kerk slaat twaalf uur
en langs de grachten vonkt rood licht,
het sein staat vrij voor avontuur.
je loopt het plein rond, heen en terug,
met zoveel anderen zonder naam,
diep in hun kraag, gebogen rug,
hun voetstap aarzelt bij elk raam.

Soms wenkt een meisje: kom er in
en altijd wind je dat weer op,
al heb je helemaal geen zin
in haar berekenende kop.
Je zoekt een lichaam, jaagt op buit,
een vrouw kan mooi zijn in dit licht,
toch zoek je niet de mooiste uit,
maar eentje met een lief gezicht.

Ze neemt je bij zich als een kind,
dat in het donker is verdwaald,
je wordt verwend, maar niet bemind,
want daarvoor wordt ze niet betaald.
Je weet wel dat het haar niet raakt,
haar blik gaat langs je, strak en grijs,
maar ze is ècht en warm en naakt
- de rest maak je jezelf wel wijs.

Heel even, als je bij haar ligt,
voel je haar hart tegen je aan,
maar zij houdt stijf haar ogen dicht;
dan sta je op en kleed je aan.
Je krijgt nooit liefde voor je geld.
maar wel de troost van het moment,
van tederheid dat even telt
waarna je dubbel eenzaam bent.

Straks wordt de hemel porselein
en met de slaap komt ook de spijt,
bij 't wachten op de eerste trein,
het doden van de eerste tijd.
De automaat op het station
schenkt bekers koffie: slap, maar heet,
en suffig denk je na waarom
je dit nu allemaal weer deed.

De mensen in de eerste trein
zijn onderweg naar hun fabriek,
ze lijken oud en moe te zijn,
je voelt je slapeloos en ziek.
Maar in het westen wacht het strand,
de zomer en de zonnegloed.
De trein rijdt door het groene land
de nieuwe morgen tegemoet.


Omhoog

Resurrexit

bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
In iets gewijzige vorm gezongen door Boudewijn de Groot
in maart 1967 in een nog niet achterhaald radioprogramma
(zie teksten: Boudewijn de Groot - musical, radio en tv)
Tijdens Boudewijns hommage aan Lennaert "De MARATHON"
is Resurrexit voor de tweede maal door Boudewijn live gezongen.
Ei, hij heeft al veel te lang gewacht,
hij heeft de gipsen eiernacht
te lang, al veel te lang geproefd,
hij heeft zijn snavel opgeschroefd
en boort zijn gaten naar het leven.
Ei, de wijde wereld is van mij,
de wijde wereld is van mij.

En aan de tafel zit de man.
Heelman, Halfman, Superwitte Boeman,
heeft zijn lepel vol met keukenzout,
zijn morgenstond gaapt vol met goud
en slaakt dan kreten:
niet te eten,
bah.

Ei, hij kraait victorie in zijn dop,
hij heft zijn kale kuikenkop
en kraait de schone tafel vol,
de witte reuzen slaan op hol.
Het dode ei is aan het spreken!
Ei, de wijde wereld is van mij,
de wijde wereld is van mij.

Op Pasen eet de mens een ei,
hard ei, zacht ei, kakelkleurig paasei,
hij zeurt niet, hij doet wat hij moet
maar ditmaal is het ei bebroed
en vol van leven,
vergeven,
bah.

Ei, het kuiken danst de tafel rond,
servies slaat brekend op de grond,
daar zinkt de zilverbotervloot,
ach Heer, verlos ons van de dood,
verlos ons van het kale kraaien.
Ei, de wijde wereld is van mij!


Omhoog

Tussen de rails

bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
De Nederlandse Patriesz (Patricia Idsinga)
heeft muziek gemaakt bij deze tekst van Lennaert.
Daarnaast heeft ze het nummer zelf gezongen.
Op weg naar jou, in de laatste trein
vraag ik me af: ga ik nu terug
omdat ik graag bij jou wil zijn
of is het bij gebrek aan beter,
net als de wielen van de trein:
gevangen tussen de rails?

Ik moet in slaap gevallen zijn
en word weer wakker met een schok:
ik blijk al veel te ver te zijn,
de trein rijdt door het onbekende
en brengt mij waar ik niet wil zijn,
gevangen tussen de rails.

Ik kom terecht op een station,
er gaat al lang geen trein meer terug,
vergeefs sta ik op het perron
en moet tot morgenochtend wachten,
gevangen tussen de rails.

Een trein gaat altijd ergens heen,
- waarschijnlijk gaat een trein nooit terug -
de tijd gaat ook niet achteruit
en dag na dag gaan we voorbij,
gevangen tussen de rails,
gevangen tussen de rails,
gevangen tussen de rails...


Omhoog

Waar lopen de straten

1989 bron: Ik doe wat ik doe, Nijgh en Van Ditmar, 2000
Waar lopen de straten vanavond naartoe,
zouden ze altijd maar verder gaan?
Wat doen ze nadat ze de hoek omgaan?
Ze hebben alvast hun lantaarns aan.
Waar lopen de straten vanavond naartoe?

Blijven ze recht evenwijdig aan elkaar
of worden ze smaller en raken ze daar
in het midden van de stad in de knoop met elkaar?
Ze kronkelen bezeten alsof ze dronken zijn
en ineens zijn we allemaal één op het plein,
allemaal samen op het plein.

Waar lopen de straten vanavond naartoe?
Eentje gaat de stad in en klimt over de brug,
naar de overkant en terug,
als een kat met een hoge rug.

En een straat die nergens heen wou gaan,
is stiekem weggeslopen
en ergens doodgelopen.
De andere is deftig het park in gegaan
en noemt zich nu een laan.


Omhoog

Zomers einde

Lennaert Nijgh / Pieter van Empelen
bron: Tekst en Uitleg, 1991, Conserve
De zon gaat mooi dramatisch onder
en stelt zich in het westen aan
in oude Technicolor-kleuren.
Ze zeggen dat het komt door een vulkaan,
er was vannacht ineens een rooie maan
en de radio voorspelt al dagen regen.
Het einde van de zomer komt eraan
maar vandaag was het nog warm,
een dag met zulk verliefd mooi weer
en gouden licht daalt op ons neer
aan zomers einde -

Kinderen nog laat op straat,
ze willen niet naar bed.
Ze schreeuwen naar elkaar
dat er nooit een einde komt,
nooit een einde aan de pret
aan zomers einde -

Een kinderstem blijft hangen
als een kolibri
slaperig en warm -

En alle buren zitten buiten,
er heerst een vriendelijke geest,
een oude keukengod zweeft door de tuinen,
ontsnapt uit de keuken van de buurtchinees,
in geur van heiligheid en babi panggan
als offer van geroosterd vlees.

Het blijft vanavond niet meer droog
en het ruikt vannacht of alles bloeit,
of alles diep van binnen vurig gloeit.
Aan zomers einde
en gouden licht daalt neer op ons,
aan zomers einde.

We hebben elkaar nodig nu,
we hebben zoveel praats,
we schreeuwen naar elkaar
dat er nooit een einde komt,
nooit een einde aan de pret,
nooit een einde,
aan zomers einde.

Er hangt een spanning in de lucht
die warm is en lekker elektrisch geladen
en in de verte rommelt baan
de pauken van het onweer,
ze komen er aan
en alle vogels zwijgen als bij toverslag.
Het einde van de zomer
van de laatste mooie dag
aan zomers einde.

Dan barst de bui en valt de regen,
fantastisch ruisend als applaus
na zoveel dagen zonneschijn
aan zomers einde.

Laten we nu elkaar beminnen
met de donder in de hemel,
met de regen in de aarde
want de zomer is voorbij
en het jaar begint opnieuw,
opnieuw aan zomers einde.


Omhoog

Zij zijn goed

Lennaert Nijgh / Boudewijn de Groot
bedoeld als single/afgewezen door Phonogram
tekst gepubliceerd in Hitweek
Ze is een vrouw wier handen beven,
al zwaar getekend door het leven.
Ze heeft intussen afgedaan
maar gelooft het niet: ze wil niet gaan.
Men leert mij de ouderdom te eren,
daar weet ze van te profiteren.
Ze is een slimme parasiet
die van andermans leven geniet.
Ze ligt al bijna tussen zerken
maar niemand durft iets op te merken,
want tenslotte stroomt nog steeds haar bloed.
En na een leven vol met zorgen
hoort ze eigenlijk opgeborgen,
maar dat wil ze niet: ze wacht tot morgen.
Zolang laat ze zich door haar kind verzorgen.
Zo verpest ze diens leven, maar zij is goed.

Hij is een man van vijftig jaren
die z'n leven lang moest sparen
voor z'n vrouw, z'n huis, z'n kind.
Hij is een man die het leven moeilijk vindt,
hij werkt elke dag tot over vijven
om de baas zijn vriend te blijven.
Thuis heeft hij z'n pijp, z'n krant,
hij voedt op met strakke hand.
O op al dit harde werken
is geen donder aan te merken.
Hij gedraagt zich zoals dat moet.
Maar intussen zijn ze allemaal vergeten
dat hij in de oorlog goed had te eten
terwijl zijn vrienden op houtjes beten
of in één van de kampen hadden gezeten
en daar hun laatste uren sleten.
Maar dat heeft hij nooit geweten.
Nu is het voorbij: hij is weer goed.

Het is een maatschappij van egoisten,
gelovigen en nieuw-fascisten,
geregeerd door Koning Bureaucraat,
een regering waar God borg voor staat.
Twee dagen verplicht winkelsluiting
en een vrije meningsuiting,
maar die is heel erg beperkt.
Wie iets verkeerds zegt wordt eruit gewerkt
door de burgerlieden, egoisten,
Bijbellegers, nieuw-fascisten,
die weten het best hoe je dat doet.
Iemand gaat zijn vrije mening uiten,
dat gaat alle perken dan te buiten.
Roepen, schreeuwen, schelden, fluiten,
hakenkruizen op zijn ruiten.
De verontwaardiging is niet te stuiten,
men zal tot een volksgericht besluiten.
Dat doet de rest van het volk, want zij zijn goed.


Omhoog
Terug