Cobi Schreijer

1922 - 2005


Discografie




Omhoog

Ballade van de Spanjaardslaan

EP Dag Haarlem!/196?
Lennaert Nijgh/Cobi Schreijer
Hoge bomen, waar de wind
als een muzikant in speelde,
liedjes, enkel voor een kind
dat zich alles kon verbeelden
en nog ongehinderd sprak
met de dieren en de dwergen,
hoge bomen, bomen als een dak
om de wereld te verbergen.

Hoge bomen, waar een kind
zich zo klein en bang bij voelde,
wanneer de oktoberwind
fluitend door de takken woelde.
Bomen met geen ander lied
dan het krassen van de raven,
want de vogels, de vogels zingen niet
als de zomer wordt begraven.

Hoge bomen van het woud,
ze zijn allemaal verdwenen.
En de laan is leeg en koud,
recht en strak met grijze stenen.
Kleine bomen die er staan,
waarop ik niet meer mag hopen,
langs mijn oude, mijn oude Spanjaardslaan
zal alleen mijn kleinkind lopen.

Hoge bomen, waar de wind
net als toen weer in zal zingen,
liedjes voor een spelend kind,
dromend van dezelfde dingen.
Huilend om dezelfde pijn
en de Bavo speelt daarboven,
dat zal net, zal net als vroeger zijn...
laat ik daarin maar geloven.


Omhoog

De belleman

CD Klein ritueel/1998
Lennaert Nijgh/Cobi Schreijer
copyrights: Hans Kusters Music
Langs de straat zwerft een melodie,
een deuntje vol melancholie,
dat vruchteloos aan deuren klopt
en bij elk venster even stopt.
Maar niemand luistert en het lijkt
of het liedje nooit een mens bereikt.

Daar komt de belleman
met zijn schellen an,
met zijn trommel op zijn rug.
Dan weer langzaam, dan weer vlug
gaat hij verder door de straat.
Geen deur die voor hem opengaat.

Hij is maar een komediant,
een onbegrepen hoempaklant
met zijn zotskap en zijn fluit
en zijn rinkelend geluid,
verdwaald op aarde en berooid.
Naar de sterren kan hij nooit.

Die ouwe belleman,
met zijn schellen an,
met zijn tom-tom-tamboerijn
en zijn pak van bombazijn
gaat hij verder door een wijk
die hem uitspuwt in het slijk.

De mensen hier doen aan cultuur,
als uiting van hoogconjunctuur.
Dat zijn ze aan zichzelf verplicht,
daarom blijft elke deur hier dicht.
Zo'n ordinaire muzikant
valt onherroepelijk door de mand.

Die ouwe belleman
met zijn schellen an,
hij weet niets van jazz of Bach
of wat van de mode mag.
Hij speelt alleen van hoempapa
en zelfs geen hond loopt hem daar na.

In arme wijken van de stad,
waar men voor de kunst nooit centen had,
daar speelt de oude belleman
en alle kinderen dansen dan.
Al geeft ook hier geen mens hem geld,
hij voelt zich een theaterheld.

Die ouwe belleman
met zijn schellen an,
met zijn stenen rommelpot,
ronddansend als een zot.
Zo zien de arme mensen daar
pas wat hij is: een kunstenaar.


Omhoog

Dag Haarlem

EP Dag Haarlem!/196?
CD Klein ritueel/1998
Lennaert Nijgh/Cobi Schreijer
copyrights: Intersong Basart
Nu de straten zijn verlaten
en Haarlem slaapt daarbuiten,
hoor je zacht de nachtwind fluiten,
liedjes van het wijde land.
Een lantaarn aan het Spaarne
staat samen met de sterren
stil te staren naar de verre
lichtjes aan de overkant.
Dan vergeet je weer een beetje
de zorgen van het heden,
waant je terug in het verleden,
in de tijd van Hildebrand.

Dag Haarlem, tot morgen,
slaap maar lekker,
Laurens Coster houdt de wacht.
Droom van tulpen en narcissen,
droom van waterriet en lissen,
dag m'n bloemenstad,
ik wens je goedenacht.
Slaap maar lekker,
Laurens Coster houdt de wacht.

De Damiaatjes houden praatjes
daarboven in de toren,
als je luistert kun je horen:
ze vertellen elkaar wat,
de schandaaltjes en verhaaltjes,
de zorgen en de wensen
die ze weten van de mensen
daar beneden in de stad.
En ze luisteren naar het fluisteren
van mensen die beneden
doen wat alle mensen deden
sedert Adam Eva had.

Dag Haarlem, tot morgen...


Omhoog

De holle boom bij Kraantje Lek

EP Dag Haarlem!/196?
Lennaert Nijgh/Cobi Schreijer
In de tijd waarvan ik nu vertellen ga
was een vrouw nog alleen maar een dame
en ze had nog geen sex en geen NVSH,
ze kon alleen maar blozen of zich schamen.
Maar zelfs in die tijd stelden kinderen de vraag
waarop alle ouders toen zwegen,
want de ooievaar, ach,
dat was meer voor Den Haag,
hier in Haarlem was men toch niet zo verlegen.
In Haarlem zei een moeder
tot haar dochtertje: m'n kind,
jij bent hier gebracht door de westenwind,
jij komt gewoon, al vind je 't gek,
uit de holle boom bij Kraantje Lek.

De holle boom, de volle boom,
de hoge holle toverboom,
de holle boom, de volle boom,
de boom bij Kraantje Lek.
De holle boom, de volle boom,
de hoge holle toverboom,
de holle boom, de volle boom,
de boom bij Kraantje Lek.

Maar het meisje werd wat ouder en dacht na
en om er meer van te weten te komen
liep ze op een lentedag de vlinders achterna
tot waar de Blinkert oprijst uit de groene bomen.
Daar liep ze verloren en eenzaam in 't rond
en kwam er langs duinen en dalen,
totdat haar een andere wandelaar vond
en ze gingen vrolijk verder samen dwalen.

Maar toen werd de hemel donker
en een regenbui brak los
en ze scholen samen in het bos.
En waar was de enige droge plek?
In de holle boom bij Kraantje Lek.

De holle boom, de volle boom...

Na het onweer en de regen kwam de volle zon
en de nevel steeg op uit de weiden.
En de warme wind droogde haar natte japon
en de leeuwerik zong liedjes voor hun beiden.
Ze kwam thuis in het maanlicht
en haar vader was kwaad
en hij vroeg waar ze wel had gezeten?
Maar ze zei: beter nu laat dan later te laat,
en ze dacht: dat zullen jullie zelf wel weten.
Want m'n moeder had gelijk,
ik weet nu waar je zoiets vindt,
ik haalde daar zelf m'n eigen kind.
Nee, dat idee was lang niet gek,
uit de holle boom van Kraantje Lek.

De holle boom, de volle boom...


Omhoog

Moeder Medea

CD Klein ritueel/1998
Lennaert Nijgh/Cobi Schreijer/1968
copyrights: Hans Kusters Music
ook door Hetty Blok op de plaat gezet/LP Zingliedjes,
zegliedjes, o zo ver weg liedjes/1970/maar dan op muziek van Ruud Bos
Na het zinken van de zon,
rood en vaal, schijnt in het woud
in nachten zilvergrijs en koud
haar bleke glazen lampion
en klinkt haar roepen dun en oud,
ijlend in de koude wind,
zij zoekt haar zoon, haar enig kind
en 's morgens smaakt de dauw naar zout.

En geen mens
durft haar naam ooit te noemen:
Moeder Medea van de dode bloemen.

Haar spoor blijft zichtbaar in het zand,
het gras sterft af onder haar voet,
de lucht wordt grijs van kruit en roet,
tot aan de verte brandt het land
met geuren wee en bitterzoet.
En waar zij komt, daar delft de wind
een grafkuil voor haar dode kind
en 's morgens geurt de dauw naar bloed.

En geen man
durft haar naam ooit te noemen:
Moeder Medea van de dode bloemen.

Zo dwaalt zij eeuwig door het veld,
haar hart verbitterd en vol gram
en waar haar bleke schaduw kwam
is geen soldaat ooit meer een held,
omdat men hem het leven nam.
In alle doden die zij vindt
herkent zij steeds haar eigen kind
en 's morgens dooft de dauw haar vlam.

Geen soldaat
durft haar naam ooit te noemen:
Moeder Medea van de dode bloemen.

[versie van Hetty Blok:]
Zo dwaalt zij eeuwig door het veld
van Israel tot aan Vietnam...


Omhoog

Sint Bavo en het meisje

EP Dag Haarlem!/196?
Lennaert Nijgh/Cobi Schreijer
copyrights: Intersong Basart
Daar kwam laatst een meisje
gelopen langs het visserspad,
ja langs het visserspad.
Niet een die zulke ogen had,
de allermooiste van de stad.

't Was in de lente lang en blond,
dat haar die dag een lansknecht vond,
dat haar een lansknecht vond.

Ik heb op al mijn reizen
van Haarlem tot de stad van Gent,
ja tot de stad van Gent,
nog nooit zo'n schone maagd gekend,
ik weet dat jij de mooiste bent.

Ga mee met mij de duinen in,
ik voer je tovertuinen in,
tot aan de blauwe zee.

Ze kreeg van hem een blonde zoon,
die heeft ze in de kerk gelegd,
ja in de kerk gelegd.
't Meisje was niet goed of slecht,
maar bang voor wat de wereld zegt.

Sint Bavo, maak dat hij die 't vindt
een vader zijn zal voor mijn kind.
Een vader voor mijn kind.

Sint Bavo rijdt de hemel langs
van Haarlem tot de stad van Gent,
ja tot de stad van Gent,
omdat hij al de armen kent,
weet hij wie hij zijn zegen zendt.

De lansknecht uit de vreemde vindt
daar in de kerk zijn eigen kind,
hij vindt zijn eigen kind.

Princen God, ik heb verlaten
de allerliefste van mijn hart,
de liefste van mijn hart.
't Heeft mij al zo lang benard,
en in de oorlog vond ik smart.

Ik zal haar leiden aan mijn hand
en voeren door het Vlaamse land,


Omhoog

Het spinnewiel

single of EP/vroege jaren 60
CD Klein ritueel/1998
trad/vertaling: Lennaert Nijgh
copyrights: Hans Kusters Music
Zacht schijnt het zilveren maanlicht naar binnen,
dicht bij het venster zit Eileen te spinnen.
Haar grootmoeder, blind en heel oud, zit te mokken
en mompelt en moppert en breit aan haar sokken.

Rusteloos ruisend en zonder bedaren
zingt het wiel, spint het wiel, zoemen de snaren.
Helder en hoog als een zilveren wijsje
klinkt er de stem van het zingende meisje.

Een schaduw verschijnt en kijkt steels door de ramen
en fluistert: Ga mee, lief, dan plukken we bramen.
Sta op van je stoel, door het venster naar buiten,
dan horen we samen de nachtegaal fluiten.

Rusteloos ruisend en zonder bedaren...

Eileen, wat klopt daar toch tegen de ruiten?
Ach, grootmoe, 't is niets dan de klimop daarbuiten.
Eileen, ik hoorde toch heus iemand zuchten.
Grootmoe, de wind doet de bladeren vluchten.

Ze aarzelt, kijkt even haar grootmoeders kant op,
staat op van de stoel, steekt voorzichtig een hand op.
Dan neemt ze haar rokken en schort bij elkander,
zet een voet op de stoel, draait het wiel met de ander.

Langzaamaan draait het wiel trager en trager,
zingen de snaren steeds lager en lager.
Als het spinnewiel stopt met zijn zingen en spinnen,
gaat voor haar in het maanlicht het sprookje beginnen.

Als het spinnewiel stopt met zijn zingen en spinnen,
gaat voor haar in het maanlicht het sprookje beginnen.


Omhoog
Menu