Maalstroom

copyrights: Hans Kusters Music/Tobias Music/TPP Music



Nooit meer terug

Boudewijn de Groot
Verleden jaar leek alles nieuw
maar ieder woord woog even zwaar.
Ik elke straat een nieuwe hoek
maar dezelfde huizen naast elkaar.
Bij nummer een vol goede moed,
bij tachtig dacht ik: laat ook maar.
Een buitenwijk komt nooit in zicht,
wie weet misschien het volgend jaar.

Een vliegtuig kan een uitkomst zijn
als jij je schepen hebt verbrand.
Een reisbestemming had ik niet,
ik weet niet waar we zijn geland.
't Is leeg tot aan de horizon,
ik word door emoties overmand.
Ik weet het zeker nu: ik sterf
niet in een kinderledikant.

Nooit meer terug,
ik ga nooit meer terug.
Ik weet niet waar ik heen ga.
Nooit meer terug,
ik ga nooit meer terug.
Maar ik weet waar ik vandaan kom.
Nooit meer terug,
ik ga nooit meer terug.

Ik weet nog steeds niet waar ik ben
en het maakt eigenlijk geen verschil.
Het landschap trekt aan mij voorbij
en ik sta tijdelijk even stil.
Ik kijk op mijn kalender
en ik zie dat ik mijn tijd verspil.
't Is tijd om weer op weg te gaan,
ik kan elke kant op die ik wil.

Maar nooit meer terug...

En nooit meer terug...


Omhoog

Vreemde geluiden / Vreemde gezichten

Boudewijn de Groot
Wat was dat?
Vreemde geluiden.
Wat was dat?
Vreemde geluiden.

Een vreemde stem,
een vreemde lach,
een vreemde deur
in het holst van de nacht.

Wat was dat?
Vreemde gezichten.
Wat was dat?
Vreemde gezichten.

Een vreemde blik,
een vreemd gebaar,
een vreemde streling
over mijn haar.

En vreemde geluiden,
vreemde geluiden,
vreemde geluiden.

Voor een kind niet te begrijpen,
de wereld wordt opeens een verre droom
als er niemand is die zegt:
je hoeft niet bang te zijn,
't is allemaal heel gewoon.

Wat was dat?
Vreemde geluiden.
Wat was dat?
Vreemde geluiden.

Een vreemde stem,
een vreemde taal,
een vreemde stad
met een eigen verhaal.

Wat was dat?
Vreemde gezichten.
Wat was dat?
Vreemde gezichten.

Een kind als man,
een man als vrouw,
een vrouw als dier,
niemand die ik vertrouw.

En vreemde geluiden,
vreemde geluiden,
vreemde geluiden.

Maar jij bent mijn bekende,
ik geef je wat ik niemand geven wou.
Ik kijk naar je gezicht
en luister naar je stem
die zegt: ik hou van jou.

Vreemde geluiden,
vreemde gezichten,
vreemde geluiden.


Omhoog

Keerzijden

Boudewijn de Groot
Buiten voor de deur is het koud, is het donker.
Buiten voor de deur is het walmend nat.
Buiten voor de deur in de schaduw zwerven schimmen.
Buiten voor de deur is de stad.

De wereld heeft zich omgedraaid, de donkere kant ligt boven.
En ook de sterren zijn er niet, de nacht is klam en dicht.
De regen in een gele mist doet alle lichten doven,
behalve in mijn kamer waar jij veilig naast me ligt.

Gebouwen rijzen mijlenhoog, verdwijnen in de regen.
De stad bij nacht is overvol, de wereld is te klein.
De mensen zoeken neonlicht tot in de diepste stegen.
Zonder jou was ik alleen, zou ik daarbuiten zijn.

Laat me niet alleen, blijf voor altijd bij me.
Het zal wel weer een droom zijn maar de stad is vol gevaar.
Laat me niet alleen, ga in geen geval de straat op.
Het zal wel weer overdreven zijn, maar het is een chaos daar,
het is een chaos daar.

Ik zal je nooit vergeten in de leegte van mijn kamer.
Het is eenzaam hier en buiten straalt een warme nieuwe dag.
Ik weet niet of je echt hier was of slechts in mijn verbeelding.
Dat weet ik pas wanneer de chaos weer begint vannacht.

Buiten voor de deur...


Omhoog

Vlucht in de werkelijkheid

Boudewijn de Groot / Lennaert Nijgh
De nacht maakt mij meteen onrustig,
ik sta alleen voor het open raam
en achter me hoor ik jouw hakken,
op de trap roep jij mijn naam.

Ik voel je handen op mijn schouders.
Je vraagt: wat is er toch vandaag?
Je bent zo somber en afwezig.
Ik weet geen antwoord op die vraag.

Ik maak me zorgen over alles,
is het goed wat ik hier doe?
Komen er weer andere tijden
en waar moet ik dan naartoe?

Hoog daarboven gaat een vliegtuig
in de richting van de zee.
Naar LA, wie weet naar Rio.
Moet ik blijven, moet ik mee?

Ik maak me zorgen over alles
wat er hier gebeuren gaat.
Mijn toekomst ligt daar in het donker
waar me iets te wachten staat.

En jij sluit nu de gordijnen
en je zegt dat daar op straat
mijn toekomst goed ligt en je fluistert:
ik zal je laten zien waar het eigenlijk om gaat.

Hoog daarboven gaat een vliegtuig
in de richting van de zee.
Wordt het Dallas, wordt het Frisco?
Moet ik blijven, moet ik mee?


Omhoog

Draden

Boudewijn de Groot
Nooit meer slapen,
er gaat te veel om in je hoofd.
Nooit meer rust,
gezichten door elkaar
in verwarring en in angst.

Nooit meer alleen zijn,
altijd die beelden hoe het was,
in de jungle, in de dorpen,
op het land, in de steden
en aan de rand van de afgrond.

Nooit meer stilte,
er komt geen einde aan de pijn.
Nooit meer geloof.
Er is niemand die het voelt:
de verspilling en de spijt.

Nooit meer dezelfde
want je bleef steken in de tijd.
In de jungle, in de dorpen,
op het land, in de steden
en aan de rand van de afgrond.

Nergens is het veilig meer
behalve in het huis.
Nog steeds een vijand
en hij volgt het spoor.
Je wilt maar een ding doen,
loop door alle kamers,
verbreek elke verbinding,
snijd alle draden door.

Nooit meer slapen.
De oorlog is voorbij en toch
nooit meer rust.
De afstand was te groot
en je hebt het geprobeerd.

Nooit meer alleen zijn.
Je hebt toen je wereld gecreŽerd
in de jungle, in de dorpen,
op het land, in de steden
en aan de rand van de afgrond.


Omhoog

De laatste vrouw

Boudewijn de Groot
Zo is het warm, haar handen voelen zacht.
Zo is het warm, mijn hoofd in haar schoot.
Zo is het warm, haar ogen spreken zacht
van de doden op het veld, spreken zacht
van de vernietiging van de steden, het morgenrood.

Ze geeft me hoop, haar woorden klinken mild.
Ze geeft me hoop, haar hand op mijn wang.
Ze geeft me hoop in het donker als ze lacht
terwijl het stof ons bedekt, als ze lacht en zegt:
ik zag je schuilen, je was zo bang.

Het ligt niet aan jou, het is niet jouw fout.
Jij bleef over, jij wordt oud.

Nu is er stilte na de storm, leegte na de oorlog.
Rust, maar niets dat nog bewegen kan.
Ze neemt mijn hand en zegt: je kunt me alles vragen.
Over vroeger en de oorlog en hoe je verder moet.
Ik weet er alles van.

En ze zegt: begin maar te lopen.
En ze zegt: begin maar te lopen.
En ze zegt: begin maar te lopen...

Het ligt niet aan jou, het is niet jouw fout.
Jij bleef over, jij wordt oud.


Omhoog

Maalstroom

Boudewijn de Groot
Van 88 hoog
viel ik in de stad.
De chaos stormde op me af.
Niets was er om me heen
waaraan ik houvast had.

De straten waren rood gekleurd,
de hemel zwart en giftig.
De regen viel in stromen neer
en ondoorzichtig.

Naast me klonk een stem:
wat is er misgegaan?
Je was zo veilig boven,
zo ver van de stad vandaan.

Ik keek opzij en zag een vreemde heer
gekleed in grijze kleren.
Hij keek me lang en ondoordringbaar aan
als alle heren.

Maalstroom,
gevangen in een maalstroom.
Maalstroom,
gevangen in een maalstroom.
Dodelijk en wonderschoon,
maalstroom.

Ook nu nog in dit laatste uur
kan ik hem weinig melden.
Hij luistert langs en door me heen.
ZIjn natte hand is koud als steen,
zo eenzaam was ik zelden.

De stad was nu dichtbij,
een donderend lawaai.
De man kon ik al niet meer verstaan.
Zijn lippen zeiden iets als: vaarwel en houd je taai.

De stad een razernij,
de walmen geel en giftig.
De regen viel dwars door me heen,
ik was doorzichtig.

Maalstroom,
gevangen in een maalstroom.
Maalstroom,
gevangen in een maalstroom.
Dodelijk en wonderschoon,
maalstroom.


Omhoog

Een slag zo zwaar verloren

Boudewijn de Groot
Haar gezicht is wit van woede
als ze naar me kijkt en zegt:
je hebt het me gezworen.
Ik draai me om maar weet niet waar ik heen moet.
Nog nooit een slag zo zwaar verloren.

Haar ogen zijn te eerlijk
voor een oog in oog gevecht.
Ze vraagt: waarom verdedig jij jezelf niet.
Voorgoed schiet ik tekort in slimme woorden.
Het is alsof je voor het eerst jezelf ziet.

En de afstand wordt steeds groter,
een oorzaak weet ik al niet meer.
Ik kan mezelf nog horen: je hebt gelijk,
je hebt gelijk, dat is alles.
Nog nooit een slag zo zwaar verloren.


Omhoog

Nachtschade

Boudewijn de Groot
Het is zo stil, zo zonder stemmen,
een vage kreet, een droge tik
biedt iets van houvast voor een ogenblik.
Maar 't is niet meer dan een rimpel,
niets meer dan een zucht
over het wijde stille water
in de donkere avondlucht.

Het is zo zwart, zo zonder sterren,
een trage schim die je vaag herkent.
Vertrouwd gevoel voor het moment.
Maar het is niet meer dan een schaduw
stil en onverdacht
over de diepe vlakte van de nacht.

Nachtschade, laat me gaan.
Nachtschade, kijk me aan.
Ik kan niet meer, laat me gaan.

Nachtschade, laat me gaan...

Het gaat zo snel en zo geruisloos,
een wervelwind, een waterval.
Stille nachtschade woekert overal.
Maar allengs wordt het kalmer,
ben je in evenwicht,
en na een nacht van vreemde dromen
komt het ochtendlicht.

Nachtschade, laat me gaan...

Nachtschade, laat me gaan...


Omhoog

Code

Boudewijn de Groot / Henny Vrienten
Ze was alleen, geen vrienden en zo.
Ze danste langzaam de kamer rond.
Ze droeg een zonnebril, een Panama.
Misschien een erfgenaam, misschien vermomd.

Ze keek me aan en vroeg naar mijn naam.
Ik gaf hem haar en zei: en jij?
Ze was van streek en riep: de weerman zegt:
het wordt wat beter tussen nu en mei.
[tussen u en mij.]

Code. Er staat niet wat er staat.
Code. Het is niet wat het lijkt.
Code. Je weet niet wat, je ziet niet wat,
je hoort niets als je kijkt.

Ze luistert niet en gaat maar door,
is nogal in de war en bang.
Dit is een misverstand, ik ben het niet,
ik ben het wel, maar zwijg zo lang.
[zwijg zo lang.]

Code. Er staat niet wat er staat...

De waarheid is: de gegevens zijn fout.
We geven raadsels op, besmuikt.
We hebben allebei een alibi.
Ze danst niet meer, ik ga de kamer uit.

Code. Er staat niet wat er staat...


Omhoog
Terug